walter van pijkeren
 
 

Hyperrealiteit

De televisie, reclame en het entertainment zijn geen media die tot echte communicatie leiden. De beelden en de informatie worden zuiver geconsumeerd en de massa is veroordeeld tot zwijgen, want de beelden en geluiden kunnen niet worden ondervraagd. Het individu wordt tot onmondigheid veroordeeld. Net zoals de reclame de informatie manipuleert, een schijnwereld voorspiegelt, is de informatie op televisie gefilterd: zij tovert een schijnvertoning op het scherm, waarin de aangenomen ‘werkelijkheid’ eerder gesimuleerd dan weergegeven wordt. Het bombardement van tekens waarmee de massamedia het publiek bestoken, houdt uitsluitend de illusie in stand dat er iets gebeurt en de feiten objectief zijn. Er is geen betekenis meer. Alleen het medium zelf is de boodschap, dat dankzij de brute opeenvolging van beeld- en geluidstekens de gedachteloze kijker in de ban houdt van een illusie, die geen relatie meer heeft tot de werkelijkheid. In deze zin is de televisie een collectieve zinsbegoocheling.

De scheiding tussen referent en werkelijkheid is een voldongen feit. Door deze loskoppeling gaat de referent een eigen leven leiden. De referent geeft niet langer de werkelijkheid weer, maar produceert modellen, waarin de werkelijkheid op diverse wijzen gesimuleerd of voorgewend wordt. De werkelijkheid verdwijnt in het niets en maakt plaats voor de simulatie ervan, de beelden die wij ervan ontwerpen in onze belevenis. Op deze wijze schept een referent een eigen schijnbeeld of illusie die geen afgeleide meer is van de werkelijkheid, maar deze laatste vervangt, ervoor in de plaats treedt.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam in Noord-Amerika het fenomeen van de reallife-soap opzetten. Hierin werd op televisie het echte dagelijkse leven nagespeeld. Na vijftig jaar blootstelling aan deze schijnwerkelijkheid is zij zo verwrongen geraakt met onze werkelijkheid dat we haar gaan herhalen in ons eigen leven. Die herhaling in het dagelijks leven is weer de basis voor de nieuwe soap. Waar eerst de soap ons leven simuleerde, herhalen wij nu de soap.

De verschijningsvormen zelf zijn het enige werkelijke en zij zijn diepteloos, verwijzen niet meer naar een verborgen zin. In het tijdperk van het simulacre wordt het universum onttoverd: alles wordt zichtbaar, transparant, waardoor een einde komt aan elk geheim en zelfs de macht van de illusie, de betovering voor het oorspronkelijke, verloren gaat. De mythe kan niet verklaard worden. Het is de hypocriet die de werkelijkheid, uit angst voor de leegte, met de mythe heeft bezoedeld. Daarna representeert hij niets meer, heeft hij geen naam meer.